Overactieve mind: saboteur van performance en gezondheid

Tollen stress- en paniekgedachten door je hoofd voor je het podium opgaat? Of ga je daardoor het podium juist niet op? Heb je in gedachten al 20 x opgetreden voordat de show daadwerkelijk plaatsvindt? Uit behoefte aan controle of omdat je nou eenmaal een overactieve mind hebt die overal beren en wolven op de weg ziet? Lees dan vooral verder.  Gedachten hebben een rechtstreekse invloed op ons lichaam. Met je denken kun je je performance niet redden, maar saboteer je deze juist: het is de perfecte anti-warming up. 

Veel vocalisten hebben er last van: een overactieve mind, die uit behoefte aan controle of uit gewoonte gaat malen en rampscenario’s bedenken, vooral in de buurt van een optreden. Je denkt misschien dat het niet uitmaakt wat je denkt: gedachten zijn immers maar gedachten. Maar ik heb slecht nieuws voor je. Gedachten zijn weliswaar niet zo zichtbaar en tastbaar als je nieuwste outfit of de weerman op TV, maar ze hebben wel degelijk een rechtstreekse uitwerking op ons lichaam en gezondheid. Er is een rechtstreekse connectie tussen ons lichaam en onze gedachten. Zo zorgen tobben en piekeren bijvoorbeeld voor fysieke stressreacties en verkramping, vergiftigen ze het lichaam en ondermijnen onze gezondheid. Het is een illusie om te denken dat gedachten geen effect hebben. Je gedachten kunnen je performance behoorlijk saboteren voordat je uberhaupt in de buurt van een podium bent. Gedachten kunnen je instrument, je lichaam, laten verkrampen en verstijven. Het is de perfecte anti-warming-up.

Gedachten beïnvloeden ons lichaam direct

Er is een directe connectie tussen onze gedachten en ons lichaam. Hoe werkt dat? Om te overleven moet ons lichaam in staat zijn adequaat te reageren op de omgeving. Staat er ineens een tijger voor je neus, dan moet je kunnen vechten of vluchten en wordt er adrenaline aangemaakt. Valt er niet te vechten of te vluchten, dan verstijf je, wat een soort ‘jezelf voor dood houden’ is, in de hoop dat de aanvaller afdruipt en/ of zo min mogelijk schade aanricht. De informatie over de buitenwereld krijgt het lichaam via de hersenen die met de buitenwereld in contact staan via de zintuigen.

Zintuigelijke indrukken

Onze zintuigen zijn de toegangspoorten tot onze hersenen. Dankzij hen kunnen we zien, voelen, proeven, horen en ruiken. Prikkels van buitenaf, bijvoorbeeld een beeld, geluid of geur, veroorzaken elektromagnetische trillingen. Die trillingen veroorzaken een elektrische ontlading in de kern van een zenuwcel in de hersenen (neuron). Bij die elektrische ontlading komen er stofjes vrij, de zogenaamde neurotransmitters. Deze neurotransmitters zorgen ervoor dat een elektrische stroom met informatie naar de hersenen gaan. Je kunt het vergelijken met de nulletjes en de ééntjes waarmee onze computers rekenen.  In de hersenen worden deze elektrische stroompjes omgezet in plaatjes: geluidsplaatjes, beeldplaatjes, geurplaatjes, gevoelsplaatjes en smaakplaatjes, net zoals in onze computer de nullen en de enen om worden gezet in beeld en geluid. Dit is het materiaal waarmee de hersenen kunnen ‘rekenen’. De uitkomst van de rekensom zorgt ervoor dat de hersenen het lichaam aanzetten tot de juiste actie. De boodschappers die het hele fysieke circus aansturen zijn onze hormonen.  Samengevat kun je zeggen dat gebeurtenissen in de wereld bio-elektrische en bio-chemische effecten in het lichaam teweegbrengen.

nullen en eenen

Gedachten

Niet alleen zintuigelijke prikkels kunnen processen in de hersenen van start laten gaan: ook het denken kan dat. De hersenen kunnen echter geen onderscheid maken tussen een gedachte en een zintuigelijke prikkel: het effect op het lichaam is hetzelfde. Dit komt doordat gedachten ook elektrische impulsen zijn die dezelfde neurale netwerken gebruiken als de elektrische stroompjes afkomstig van zintuigelijke prikkels. Het gevolg is dat de beeldplaatjes en geluidsplaatjes die de hersenen aangereikt krijgen via zintuigelijke prikkels, hetzelfde zijn als die van gedachten. Zo slim is onze ‘computer’ dus niet. Om te checken of dit klopt hoef je alleen maar het volgende experiment te doen. Denk eens aan een sappige citroen: zie voor je geestesoog een citroen en neem daar in gedachten eens een hap van: proef het zure sap en voel hoe het overtollige sap langs je vingers naar beneden druipt. Je zal merken dat je speekselklieren gelijk beginnen te werken. En ander voorbeeld: mannen kunnen een erectie krijgen alleen al door de gedachte aan een aantrekkelijke vrouw.

Van gedachte naar biochemie

De hypofyse is de plek in de hersenen waar informatie uit de buitenwereld (zintuigelijke prikkels) en binnenwereld (gedachten) wordt omgezet in biochemie. Immers, het lichaam moet voor zijn overleving telkens in staat zijn adequaat te reageren op de omgeving. Staat er ineens een tijger voor je neus, dan moet je dus kunnen vechten of vluchten en wel reflexmatig, in split second. Het systeem van signalering en reactie is dan ook zo snel, dat je lichaam al een biochemisch antwoord heeft op een situatie voordat jouw bewuste denken überhaupt doorheeft wat er gaande is. Als het lichaam alleen al dénkt dat er mogelijk gevaar of een bedreiging is draaien de machines van de stresshormonenfabriek gelijk volle toeren. Het bekendste stresshormoon is adrenaline. Adrenaline is een korte hevige energiestoot, de zogenaamde arousel. Het zorgt voor een verhoogde bloeddruk, versnelde ademhaling, snellere hartslag, aangespannen spieren, scherper horen en zien, concentratie en enorm veel kracht als het nodig zou zijn.

De schadelijke effecten van stresshormonen

Hoge spiegels stresshormonen hebben schadelijke gevolgen: ze vergiftigen ons lichaam en ondermijnen onze gezondheid.

  1. Onderdrukking van het immuunsysteem. Adrenaline is een stof die ervoor zorgt dat de werking van het immuunsysteem tijdelijk onderdrukt wordt. Als je moet vechten tegen een tijger, dan vindt het lichaam het ‘vechten tegen een bacterie’ eventjes totaal onbelangrijk. Als die tijger jou straks doodt, dan is die bacterie er tenslotte ook geweest… Adrenaline remt ook de spijsvertering: het verteren van bijvoorbeeld een broodje kaas is een luxe waar het lichaam geen energie in wil steken omdat het ervanuit gaat dat jij straks ‘het broodje kaas’ voor die tijger kan worden!
  2. Bijnieruitputting. Adrenaline die niet gebruikt wordt is een dusdanig schadelijke stof voor het lichaam dat de bijnieren cortisol gaan aanmaken om de schadelijke effecten van adrenaline te neutraliseren. Als langdurig veel cortisol aangemaakt wordt dan kunnen de bijnieren uitgeput raken. Het gevolg daarvan is dat er een te laag cortisolgehalte ontstaat. Bij een te laag cortisolgehalte voel je je de hele dag moe, heb je geen energie en kun je zelfs depressieve klachten ontwikkelen. Ook word je extra gevoelig voor stress. Omdat cortisol ook nodig is voor het functioneren van de schildklierhormonen kan een uitputting van de bijnieren ook leiden tot spierzwakte, gevoeligheid voor koude en andere klachten die horen bij een te lage schildklierfunctie.
  3. Slechte concentratie. Een langdurig hoog gehalte aan cortisol zorgt voor het verschrompelen van de hippocampus, een deel in de hersenen dat belangrijk is voor het geheugen en de concentratie. Een kenmerkend symptoom van langdurige stress is dan ook vergeetachtigheid.
  4. Vatbaar voor bloedsuikerspiegelaandoeningen. Als een tijger voor je neus staat heb je veel energie nodig om te kunnen vechten of vluchten. De stresshormonen adrenaline en cortisol zorgen dan ook voor een verhoging van de bloedsuikerspiegel zodat je klaar bent voor actie als de tijger je gaat aanvallen. Bij de meeste mensen wordt deze energie echter helemaal niet gebruikt. Er zijn namelijk geen tijgers, beren of wolven meer, maar we hebben vooral last van mentale beren en tijgers: hier hoef je niet voor weg te rennen. Er is meestal geen noemenswaardige fysieke actie bij stress voor een examen, een sollicitatiegesprek of optreden. Insuline is het hormoon dat ervoor zorgt dat bloedsuiker omgezet wordt in de energie die nodig is voor vechten of vluchten. Door verbranding van suiker in de cellen ontstaat energie. Deze verbranding zorgt er ook voor dat de bloedsuikerspiegel weer naar normale waarden wordt teruggebracht. Als je bij stress niet gaat vechten of vluchten moet de bloedsuikerspiegel op een enigszins geforceerde manier terug worden gebracht naar normale waarden. Als er vaak stress optreedt zonder dat je intensief gaat bewegen, gaat deze regulering moeizamer. Door langdurige stress kunnen mensen gevoeliger worden voor bloedsuikerspiegelaandoeningen zoals hypoglycemie en diabetes.
  5. Verhoogde pijngevoeligheid. Bij stress worden er in eerste instantie lichaamseigen pijnstillers aangemaakt (endorfinen), om een eventuele wond te kunnen negeren als je gewond raakt bij het vechten of vluchten voor je leven. Maar bij langduriger stress zal er uitputting ontstaan, waardoor er juist minder endorfinen worden aangemaakt wat kan leiden tot een verhoogde gevoeligheid voor pijn.
  6. Verstoorde slaap. Niet zelden zeggen mensen tijdens een stressvolle periode ‘Ik heb er slapeloze nachten van’. Als je aan het tobben en piekeren bent, probeer dan de slaap maar eens te vatten: dat zal de grootste moeite kosten. Hoe komt dat?  De informatie dat je in bed ligt en moet slapen is ondergeschikt aan de informatiestroom vanuit je hersenen omdat daar al je aandacht naartoe gaat.  Hierdoor blijf je je sympathisch zenuwstelsel, dat deel van het zenuwstelsel dat ervoor zorgt dat je lichaam in een staat van paraatheid komt, actief en zit het bloed vol met adrenaline waar het niks mee kan. Omdat je in bed ligt is er ook geen actie die de adrenaline kan verbranden. Het duurt daarom heel lang voordat het parasympatische zenuwstelsel, dat deel van het zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor rust en regeneratie en wat actief dient te worden tegen de tijd dat je gaat slapen, het roer weer over kan nemen en je in slaap valt. Vaak heb je na tobben en piekeren een onrustige slaap en wordt je de volgende ochtend niet uitgerust wakker. Je lichaam heeft tenslotte nog steeds een hoge spiegel aan stresshormonen en heeft te weinig kunnen rusten en regenereren. Op langere duur zorgt dit voor gezondheidsproblemen. Adrenaline remt ook de behoefte aan slaap. Hierdoor kan het voorkomen dat je denkt dat barst van de energie, terwijl je eigenlijk al zwaar in je reserves zit. Vaak heb je niks in de gaten, totdat de man met de hamer komt…. Zingen is topsport waar je een goed uitgerust lichaam voor nodig hebt. De luxe van tobben en piekeren kun je je niet veroorloven als je uitgerust voor de dag wilt komen en een topprestatie moet leveren.

Ontspannen mindset en adrenaline verbranden

In het spreekwoord  ‘geluk is met de dommen’ zit een kern van waarheid: hoe slimmer de mens, hoe actiever het denken en hoe meer de neiging om te tobben en te piekeren. Heb je een spannend optreden of een auditie voor de boeg? Grote kans dat het optreden of de auditie al minstens 20 keer in je hoofd rondspookte voordat het daadwerkelijk plaatsvond. En je 20 keer stresshormonen hebt aangemaakt, alsof de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvond.

Wij zijn geneigd te denken dat de hoeveelheid stress in relatie staat met de hoeveelheid dingen die je op dag meemaakt of te doen hebt. Maar het blijkt dat mensen die weinig tot niks te doen hebben minstens net zoveel stress kunnen hebben als mensen die de hele dag actief zijn. Sterker nog: mensen die de hele dag niks doen hebben vaak meer fysieke stress omdat er weinig tot geen lichamelijke actie is die de spiegels van de stresshormonen kan normaliseren; er is geen activiteit die de adrenaline kan verbranden! Je kunt bij wijze van spreken zittend op de bank jezelf een burnout in denken.

De beste warming up voor zingen is zorgen voor een ontspannen mindset en zorgen dat je adrenalinespiegel daalt. Hierdoor ontspant en ontkrampt je lichaam. Stressenergie uit je lijf werken en adrenaline verbranden doe je simpelweg door te bewegen, te schudden en te trillen. Net zoals de impala in onderstaande video. Ook bepaalde ademhalingsoefeningen kunnen hierbij helpen.

Mantrazingen

Madonna, Nina Hagen, en Tina Turner doen het. Zelfs oud-Beatle George Harrison deed het: mantrazingen. Het steeds populairder worden van mantrazingen heeft te maken met de positieve effecten op lichaam en geest.

Wat is een mantra?

Een mantra is een geluid/klank, een vibratie/resonantie, een frequentie. Het kan een woord zijn, maar ook een zin of een gedicht. Het is echter géén woord in de normale betekenis. Een mantra houdt het midden tussen een spreuk met magisch effect en een gebed en wordt gezien als heilig.

Masaru Emoto

In feite heeft elk woord invloed op ons, maar die van een mantra is nog een stuk krachtiger.  De Japanse wetenschapper Masaru Emoto heeft het effect van woorden op waterkristallen onderzocht (zie foto).

masaru emoto

Wij bestaan voor ca. 70% uit water: als de vibraties en intenties van woorden zo een effect op water hebben, kun je je dan voorstellen wat het effect van mantra’s op ons zijn?

Bescherming van de geest

De betekenissen die op internet circuleren van het woord mantra zijn ‘dat wat onze geest beschermt’ en ‘bevrijding door beheersing van de geest’. Mantra’s komen meestal uit het Sanskriet, het Oud-Indisch en worden al duizenden jaren gebruikt. Hierdoor zijn ze extra opgeladen met energie en hebben meer kracht gekregen. Alle mantra’s zijn namen van de Bron, de Essentie, Goden, God, of hoe je het wilt noemen. Enkele namen zijn: Vishnu, Shiva, Krishna, Ram, Durga, Ganesha. Elk van hen vertegenwoordigt een kracht op zich, die ook symbool staat voor een aspect in jezelf, een zielskwaliteit.

Geen Hindoe

Hoewel het zingen van mantra’s afkomstig is uit het Hindoeïsme, hoef je geen Hindoe te zijn om mantra’s te zingen. Ook betekent het niet dat je jezelf als Hindoe ziet of een religieuze stelling inneemt. Mensen uit allerlei religies beoefenen het mantrazingen vanwege de positieve effecten.

Positieve energie

Maar het doet meer: het effect van zingen of chanten van mantra’s moet je niet onderschatten. Als iemand iets vervelends zegt, kun je een fysieke reactie voelen: kramp, het gevoel door elkaar geschud te worden, wegstromen van energie of juist bloed dat door je aderen spuit. Als vervelende woorden, ofwel negatieve vibraties, zoveel reacties in jou teweeg kunnen brengen, kun je je dan voorstellen wat het effect van mantra’s is? Het zingen of chanten van mantra’s bevrijd je van negatieve energie en werkt zuiverend, beschermend, harmoniserend en helend.

Actieve meditatie

Het is bovendien een prachtige bezigheid om het denken op een positieve manier bezig te houden. In plaats van je zorgen te maken en te piekeren steek je je energie in gedachtenvormen die een positief effect hebben. Ofwel, je figuurlijke radio blijft aan staan, maar je tuned van de in op een andere zender. Voor mensen met weinig zitvlees of die moeite hebben hun gedachten tot rust te brengen is mantrazingen daarom een ideale vorm van actieve meditatie.

Ook interesse in mantrazingen? Kom dan zondag 13 mei 2018 naar het Good Vibes concert  in de Oud Katholieke Kerk te Culemborg. Aanvang 16.00 uur. Toegang 10 euro.

 

Houd je stem jong en vitaal

Zingen is niet alleen iets van je stembanden; ook je lijf is belangrijk. Je lichaam is je instrument en dat moet in goede conditie zijn. Je hebt een fit en vitaal lichaam nodig om alles uit je stem te kunnen halen, volume te maken en goed te kunnen uithalen. Denk aan het lijf van Pink in deze videoclip: aan die kracht, souplesse en uithoudingsvermogen.

 

Ook je organen spelen een belangrijke rol. Als je lever of milt bijvoorbeeld slechter functioneren hebben, mis je de energie in je stem. Ook je klankkleur wordt minder helder. Dat is ook de reden dat je vaak aan eens stem kunt horen of iemand van oudere leeftijd is: als de orgaankracht minder wordt, klinkt de stem minder energiek en helder en vaak komt er een kraakje in.

Als je zingen echt serieus neemt en je de houdbaarheidsdatum van je stem wilt vergroten, moet je dezelfde discipline in acht nemen als topsporters. Zowel qua beweging als leef- en eetgewoonten. Daarmee voorkom je dat je rond je veertigste alle nummers een stuk lager moet zingen en je bepaalde uithalen niet  meer kunt.

Hou je niet van sporten of is het te zwaar voor je? Geen nood. Yoga werkt perfect. Met Yoga kun je de benodigde spierkracht en uithoudingsvermogen opbouwen. Yoga heeft trouwens nog een voordeel. De yogi Vivekananda (1863-1902) schreef: ” Zodanig is de kracht van yoga dat zelfs heel weinig ervan veel voordeel geeft […]. Een gezond uiterlijk zal één van de eerste tekenen zijn en een mooie stem. Gebreken in de stem zullen veranderen”.

Zingen zonder handrem: “schijt aan de buren”

Uit volle borst zingen zonder je druk te maken wat anderen er van vinden. Fully self-expressed je ‘ding’ doen met een attitude van schijt aan de buren. Wie wil dit nou niet? Voor veel vocalisten is dit echter (nog) een ver van hun bedshow. Dit komt doordat ze op de handrem staan. Dit is de bevriezingsmodus, een survivalmechanisme uit de oertijd. Als de handrem er eenmaal af is en je niet meer denkt ‘doe maar normaal dan doe je al gek genoeg’ dan gebeuren er wonderlijke dingen met je stem én performance. 

Angsthaas

Ooit was ik één van de grootste angsthazen die er was. Ik was bang voor mensen, doodsbang. Bang voor de kinderen op school die mij pesten. Bang voor de bulderende stem van mijn vader als ik mijn schooltas weer eens in de gang had laten staan. Bang voor de strenge blik van de meester op school. Bang voor die deftige dame met intimiderende parfumgeur en neerbuigende opmerkingen. Het laatste waar ik op zat te wachten was in de spotlights staan. En tegelijkertijd wilde ik niets liever dan mijn stem laten horen aan de wereld. Dat zorgde voor een enorme worsteling. Eén deel van mij wilde dolgraag het podium op, het andere deel rende er het liefst zo snel mogelijk weer vanaf. Herkenbaar?

Toen ik dertien was vroeg mijn moeder of ik voor de verjaardagsvisite wilde zingen. Van het idee alleen al kreeg ik een paniekaanval. Maar omdat ik wist dat mijn moeder er niet over op zou houden tot ik ja zou zeggen, ging ik overstag. Maar alleen als ik de spelregels mocht bepalen(controle). Ik zou in de gang zingen waar ik niet zichtbaar was voor het publiek in de woonkamer. Met de deur open. En als ik klaar was moest iedereen doen alsof er niks was gebeurd. Niet klappen, geen complimentjes, niks. Gewoon met een uitgestreken gezicht verder nippen aan het borrelglas alsof er nooit iets had plaatsgevonden. Zingen terwijl iedereen naar mij keek vond ik  te bedreigend, voelde te kwetsbaar, te stem-naakt.

Jaren later kreeg ik tijdens mijn studie de kans om in de studentenband te zingen. Doodeng vond ik het. Maar mijn behoefte om mijn stem te laten horen aan de wereld was nét iets groter dan mijn angst. Op het podium verschool ik mij het liefst achter de boomlange zanger die leek te bulken van zelfvertrouwen. En altijd het commentaar van de geluidsman dat ik harder in de microfoon moest zingen: zelfs met de volumeknoppen vol open was ik amper te horen…

De handrem

Had ik niet het vermogen hard te zingen? Was ik zo schuchter? Ja en nee. Ik stond op de figuurlijke handrem. Altijd was mijn overactieve mind aan het werk om mij te behoeden voor het gevaar van mijn soortgenoten. Bezig met wat anderen van mij zouden vinden. Als ze maar niet dachten dat ik mijzelf heel goed vond. Dat ik arrogant was. Als ik maar niet te veel op zou vallen. Niets bedreigender dan de scherpe tong van soortgenoten. Niets meer vernederend dan hun hoongelach of spottende blik. De innerlijke dialoog met gevleugelde uitspraken van mijn ouders als “Denk aan de buren” en “Doe maar normaal dan doe je al gek genoeg” trokken de handrem nog strakker aan.

Wat is de handrem eigenlijk? Het is een overlevingsmechanisme vanuit de oertijd. Stel je voor dat je ineens oog in oog staat met een hongerige tijger. Je moet dan gelijk reageren en niet eerst nog nadenken over of je je veters nog moet strikken of wat de snelste route is. Nadenken kost tijd en die tijd heb je niet: als je niet gelijk reageert eindig je in de bek van de tijger. In een bedreigende situatie nemen onze reflexen het daarom over: je hersenen vertellen je dan wat te doen in plaats van dat je zelf een bewuste keuze maakt. De automatische reactie is te vergelijken met je hand verbranden aan een kachel: je trekt hem dan gelijk terug. Zo snel gaat een reflexmatige handeling.

Om te overleven moeten we vechten, vluchten of bevriezen/verstijven. 

Bevriezen

Als je je vijand niet kunt ontwijken door te vluchten (eerste keuze van je hersenen), te verslaan door te vechten (tweede keuze) dan rest de derde optie: bevriezen of verstijven. Anno 2016 zijn er geen tijgers meer behalve in de dierentuin. Wij hebben nu hele andere bedreigingen of stressbronnen dan de mensen vroeger. Zoals deadlines op werk, prestaties op school,  angst om er niet bij te horen, de vrees buitengesloten te worden of af te gaan als een gieter. Vechten en vluchten doen we nauwelijks nog, bevriezen des te meer (freeze in het Engels): dit is de handrem ofwel de verstijvingsmodus.

Bevriezen of verstijven is letterlijk jezelf voor dood houden. Dieren in het wild doen dit om aan hun prooi te ontsnappen. Want als je dood bent is de strijd over en verslapt de aandacht van de vijand. Hopelijk kun je dan op een onbewaakt moment alsnog ontsnappen. Bijvoorbeeld als de tijger zijn vriendjes gaat halen nadat hij jou ergens heeft achtergelaten. Om je op een later tijdstip met hen samen op te peuzelen. Mensen kennen dit trucje ook. Als een acteur in een film bij een schietpartij doet alsof hij geraakt is en levenloos op de grond blijft liggen in de hoop dat de schutter vertrekt en hem voor dood achterlaat.

Hert in de koplampen

Als je in een acute verstijving terecht komt dan verkrampen je spieren en stokt je adem. Hoewel je lichaam amper beweegt is je geest hyper alert. Soms kun je van schrik helemaal niet meer bewegen, denk aan een hert dat in de koplampen staart.  Het kan zelfs zo zijn dat ook je stembanden verlamt raken en dat er geen geluid meer uit je komt. Dit komt regelmatig voor bij slachtoffers van een misdrijf: ze wilden om hulp roepen maar ze konden geen geluid meer maken.

In ons dagelijks leven zijn er zelden kwesties die gaan over leven of dood. Maar angst doet je wel verkrampen, al is het maar een klein beetje angst. Voor velen is een chronische ondertoon van angst of vrees de normale status quo: zij leven met de handrem aangetrokken. Als je ooit met de handrem aan in een auto hebt gereden, dan weet je wat er gebeurt: je verbruikt veel meer energie en op een gegeven moment begint de auto te roken en stinken. Kun je niet autorijden houdt dan de handrem van je fiets maar eens ingedrukt terwijl je rijdt: het fietst heel zwaar en vermoeiend.

Een eerste indicatie dat je op figuurlijke handrem staat is als je niet vrijelijk durft te zingen of bewegen. Als je een lichte schrikreactie voelt als iemand dat van je vraagt. Als je je stemnaakt voelt. Ook perfectionisme kan een handremaantrekker zijn. In veel gevallen zit daar namelijk de angst om te falen achter (maar niet altijd). De hand die de handrem aantrekt is je denken. Of beter gezegd: een overactief denken dat overal beren en wolven op zijn pad ziet.

Verstijvingssymptomen

Met een aangetrokken handrem door het leven gaan is minder onschuldig dan het lijkt, zeker voor vocalisten. Het heeft een negatief effect op de werking van je instrument. Bij een acute freeze komt er een vloedgolf aan stresshormonen vrij, zoals adrenaline. Bij vechten en vluchten kun je deze energie nog verbranden doordat je actief bent, maar als je bevriest kun je deze energie niet in een activiteit ontladen. In plaats daarvan blijft deze rondhangen in je systeem.

Als je in een chronische freeze leeft, als de handrem altijd enigszins aangetrokken is, dan heb je een te hoge spierspanning in je hele lijf. Het zorgt voor inflexibelere spieren rond het middenrif (wat een goede buikademhaling belemmerd) en aangespannen spieren in nek en schouders (wat de werking van je strottenhoofd beïnvloedt) . Ook heb je een snellere en hoge borstademhaling, terwijl voor zingen een lage buikademhaling in de meeste gevallen idealer is.

Als je op de figuurlijke handrem leeft ga je letterlijk afgeknepen klinken: door een te hoge spierspanning is er minder resonantieruimte en je lichaam is minder soepel en bewegelijk. Voor zingen heb je sterke en flexibele spieren nodig die je ook goed kunt ontspannen: met de handrem aan is dat lastiger. Je klinkt ook minder krachtig en minder geaard: als gevolg van een overactief denken gaat de meeste energie bij mensen op de handrem naar het hoofd. Onze hersenen zijn namelijk een enorme energie slurper: als het lichaam moet kiezen tussen óf energie sturen naar de spieren (wat je nodig hebt om je vocale activiteiten goed te kunnen uitvoeren) óf naar de hersenen, dan krijgen de hersenen voorrang. Wist je dat de hersenen 20% van alle zuurstof en 30% van alle energie in ons lichaam gebruiken?

Ont-freezen: de quick fix

In natuurdocumentaires zie je dat dieren een handig mechanisme hebben om uit de verstijvingsmodus te komen: ze gaan net zo lang trillen en schudden tot het bloed en de energie weer helemaal stroomt. Mensen hebben geen automatische ontfreezer. Als we eenmaal in een freeze zitten, worden we door een  overactieve mind meestal gegijzeld in deze stand. En als het maar lang genoeg duurt wordt het vanzelf onze nieuwe status quo.

Tot we het zat zijn. We genoeg hebben van op de handrem leven. Omdat we vrij willen zijn. Ons willen uiten. De energie weer willen voelen stromen. Met alle remmen los zingen, dansen en lachen. We leven nu en het is te vroeg om al met één been in het graf te staan. Ons al een beetje voor dood te houden om geen prooi te zijn.

De handrem of verstijvingsmodus is niet zo 1,2,3 uit een vocalist gehaald. In de pubertijd is de handrem-modus zelfs eerder regel dan uitzondering. Maar ook veel volwassenen leven met een aangetrokken handrem. Gelukkig is er wel een quick fix die in ieder geval voor eventjes de handrem iets laat vieren. Het hoofdingrediënt van deze anti-freeze is bewegen: springen, schudden en trillen. Hierdoor gaat het bloed weer door het hele lichaam stromen en krijgen alle spieren, je organen, je bindweefsel en weer voldoende bloed en energie. Denk aan de dieren in de natuurdocumentaire. Daarnaast is het belangrijk om diep door te ademen en te zuchten, wat zorgt voor ontspanning. Goed gronden of aarden en met je voeten lekker stampen helpt ook goed. Denk maar aan de rugby spelers die een haka doen voor ze een wedstrijd gaan spelen.

De stem in je hoofd

De quick fix laat eventjes de handrem iets vieren. Je verbrandt hierdoor bovendien stresshormonen. Het echte werk moet helaas nog beginnen: je denken is de hand die de handrem aantrekt, de hoofdoorzaak van het verstijven. Het is fijn om te ontfreezen, maar als je je hand niet van de handrem afhaalt dan ben je binnen no-time weer terug bij af. Tijd dus om de oorzaak af te pakken en niet alleen aan symptoombestrijding te doen.

Aan het begin vertelde ik dat ik bang was voor andere mensen. Tot het moment dat iemand mij vertelde dat iedereen bang is van iedereen. Die chagrijnig kijkende vrouw of man met afkeurende blik in het publiek zijn in real life ook bang voor jou. Het kan zelfs zo zijn dat ze nog banger zijn voor jou dan jij voor hen. Ik vond dit wel interessante gedachte: sinds ik deze mindset heb ben ik voor niemand meer bang. Hopelijk kan dit inzicht jou ook helpen om de handrem iets meer te laten vieren, net zoals het mij hielp.

Maar er is meer nodig dan alleen dit inzicht om de handrem eraf te halen.  Door te luisteren naar de stem in je hoofd kom je erachter hoe jouw denken de handrem aantrekt. Hoe het de fictieve kooi opent vol met beren, wolven en sabeltandtijgers. Waardoor je iedere keer opnieuw het gaspedaal intrapt.

Als de handrem er eenmaal af is en je schijt kunt hebben aan de buren, dan gebeuren er wonderlijke dingen met je stem én performance. Dan komt er ontspanning, flexibiliteit, gaat de energie stromen, krijgt je klank vleugels en win je aan vocal power. Mijn statement is dat iedereen die meer uit zijn stem wil halen niet alleen aan de slag moet met de stem die uit zijn mond komt, maar ook met de stem in zijn hoofd.

In mijn boek ‘Zingen zonder stress ‘leer je de stem in je hoofd beter kennen. Je vindt hier ook tips & tricks om de handrem eraf te halen. Het boek komt in februari 2022 uit bij Schrijverij Mooi Mens. Wil je hiervan op de hoogte gehouden worden, stuur dan een mail naar judithjobsemusic@gmail.com 

Ik ga voor vals

Valse noten: veel vocalisten vinden ze enger dan spinnen, muizen of een verlaten kerkhof bij volle maan om 12 uur ’s nachts. Ten onrechte. Een valse noot, of een paar exemplaren, is niet de graadmeter voor de kwaliteit van een optreden. Er zijn zoveel meer factoren die bepalen of een optreden top was of niet. Zong je vol overtuiging, met hart en ziel? Was je volledig selfexpressed? Wist je het publiek te boeien? In dat geval is een valse noot hier en daar echt geen probleem. Want je raakte en boeide. Met je hart, kwetsbaarheid, overgave en passie.

Een loepzuiver optreden zonder zelfexpressie en zonder dat je ziel er in ligt. De ene ellips komt er nog zuiverder uit dan de ander uithaal. De toehoorder staat vol respect te kijken naar de stembandengymnastiek. Maar geraakt? Nee, dat is hij niet.

Doe mij dan maar een vocalist die met ziel, zaligheid en passie staat te zingen. Die hier en daar eens uit de bocht vliegt, maar wat raakt. Die het publiek weet te boeien. Dat is waar muziek uiteindelijk over gaat: dat je anderen kunt raken, beroeren met je stem.

De fixatie op zuivere noten en de angst voor valse noten: bij een groot deel van mijn leerlingen ben ik veel tijd kwijt aan het dresseren van de overactieve mind. Ze zijn zó bang voor die ene valse noot, aangewakkerd door hun eigen perfectionisme of dat van de mensen om hen heen, dat het ten koste gaat van hun vermogen tot zelfexpressie.

Maar je kunt niet volledig selfexpressed zijn als je mind continu de handrem aantrekt. Je kunt niet vanuit je hart zingen terwijl je interne sportcommentator alles wat je doet van commentaar voorziet. En is het een positieve sportcommentator, dan is het nog tot daar aan toe. Maar hij is meestal negatief, een azijnpisser, vol twijfel en negativiteit. Altijd aan het vergelijken, waarbij jij aan het kortste eind trekt. Aan het negatieve twijfelen we geen moment: aan het positieve daarentegen altijd.

Je kunt alleen maar vanuit je hart zingen, met volledige zelfexpressie als Fikkie in zijn mandje ligt en jij de muziek aan het ervaren en beleven bent. Als alleen de observator in jou aan staat die je op het juiste moment praktische aanwijzingen geeft: “Zak bij die hoge noot door je knieën”. “Doseer hier je ademhaling zodat je bij de volgende uithaal nog voldoende adem hebt”.  De observator heeft geen mening en vergelijkt niet. Hij is als de waakvlam van de CV, die alleen aanspringt op het moment dat er warm water nodig is. Heel pragmatisch.

Dat wat je hoort bij The Voice lijkt de maatstaf geworden, de korenmaat. Maar hallo zeg, als je gaat voetballen begin je toch ook bij de F’jes? We gaan de F’jes toch ook niet beoordelen alsof ze in de eredivisie spelen? Kunnen we niet gewoon met zijn allen genieten van muziek? En van het ontluikende talent, dat zich een weg naar boven baant, worstelt en als diamant steeds verder geslepen wordt in de praktijk? Door vooral te doen en zichzelf in alle kwetsbaarheid open en bloot te geven?

De nationale beoordeelcultuur, aangewakkerd door programma’s als The Voice, is koren op de molen van onze interne sportcommentator. Maar één van de belangrijkste stappen die een vocalist te zetten heeft is de zanikende sportcommentator te vervangen door de meningsloze observator. Deze laatste constateert een valse noot maar vindt er niks van.

“Merk alles op en vind er niks van”, dat is de meditatieve grondhouding. Ik moedig leerlingen altijd aan iets op het gebied van mindfulness of meditatie te doen. Om de observator in zichzelf te cultiveren en de sportcommentator te neutraliseren. Ook die van de mensen om hen heen. Want wat je ook doet, iedereen vindt er altijd iets van. Ik zeg daarom altijd gekscherend: als ze gaan zaniken over wat je aan had op het podium of hoe je haar zat, dan weet je dat je goed hebt gezongen.

En die valse noot, die wordt je echt wel vergeven als jij met plezier op het podium staat en muziek bént. Als je vanuit je hart en ziel performt en raakt. Ik zal je één geheim vertellen: als jij je toehoorders weet te raken met je performance, dan zitten ze in hun hart. Het is hart aan en mind uit, of hart uit en mind aan. En als ze in hun hart zitten, staat de sportcommentator uit. Die valse noot wordt dan óf niet gehoord, of er is niemand die er iets van vindt.

Dus zing, uit volle borst, met heel je ziel en zaligheid en wees niet te bang voor die valse noot. Want, zoals mijn zangjuf Setske Mostaert zei ‘techniek en gevoel heet samen zingen’.

 

 

 

 

Haal jij goed adem? – Ademweetjes voor vocalisten

De ademhaling: basis van zingen

De  ademhaling is de basis van zingen. In de huidige samenleving waar stress eerder regel dan uitzondering is halen velen verkeerd adem. De ademhaling is dan te diep, te vaak en/of te oppervlakkig. Als je verkeerd ademt, dan is een gevolg dat je tijdens het zingen minder adem hebt om volume te maken, lang op één adem te zingen of uit te halen.

Wat is een goede ademhaling?

Zittend op een stoel is ca. 6 keer per minuut ademhalen voldoende. Een informatief filmpje hierover is van Koen de Jong, auteur van het boek “De Verademing”.

Door stress en verkeerd ademen raakt het ademhalingsorgaantje in onze hersenen ontregeld. Het gaat dan steeds sneller een signaal afgeven dat er weer adem moet worden gehaald. Hierdoor word je in feite kortademig zonder dat je dat in de gaten hebt. Een term voor deze status quo is ‘verborgen hyperventilatie’. Het is geen hyperventilatie in de zin van dat je loopt te snakken naar adem, een vorm van hyperventilatie die je niet over het hoofd kunt zien omdat het zeer vervelend is. Verborgen hyperventilatie merk je veelal niet op, tenzij je je ademhaling onder de loep neemt en er achter komt dat je in rust veel vaker ademhaalt dan 6 keer per minuut.

Ademvolger

Om een indruk te krijgen wat een goede ademhaling is, kun je in rust je ademhaling synchroniseren met deze online ‘ademvolger’: .

Je moet deze oefening kunnen doen zonder al te diep te gaan ademen. Loop je te snakken naar adem, of moet je heel diep ademen om de ademvolger bij te kunnen houden, dan is er een goede kans dat je verborgen hyperventilatie hebt.  Deze ademvolger is ook als App te koop: de Respiroguide Pro (kosten ca. 1,95).  In deze app kun je de ademhalingsnelheid aanpassen: hij kan iets sneller en langzamer ingesteld worden.

Ademhalingsorgaantje trainen

Mocht je verborgen hyperventilatie hebben en/of meer adem willen creëren voor het zingen, dan is de Buteyko-techniek aan te raden. Dr. Buteyko was een Russische arts die verborgen hyperventilatie op het spoor kwam. Hij heeft een techniek ontwikkeld om je ademhalingsorgaantje te ‘hertrainen’ waardoor het opnieuw afgesteld wordt en de ademprikkel langer uitgesteld. Dit kan je zangkwaliteiten enorm ten goede komen!

Een interview met dr. Buteyko over de ademhaling:

In onderstaande Nederlandse video wordt in het kort uitgelegd wat een te snelle ademhaling doet, waarom je er kortademig van wordt en wat de gevolgen zijn. Een belangrijk signaal voor verborgen hyperventilatie is de aanwezigheid van fysieke klachten zoals vermoeidheid, een opgejaagd gevoel, hoofdpijn, tintelingen, duizelingen. Maar het heeft dus ook een negatief effect op je zangmogelijkheden!

De Buteyko-techniek kun je niet zelf leren: je hebt daar de hulp van een gecertificeerde Buteyko-therapeut voor nodig.  Een informatieve website over de Buteyko-techniek is www.buteyko-instituut.nl

De manko’s van het denken

In onze westerse samenleving wordt het ontwikkelen van ons denken, ons intellect, als heel belangrijk gezien; misschien wel als één van de belangrijkste dingen die je als mens kan ontwikkelen. Er is dan ook een enorm hoge waardering voor het ontwikkelen van ons intellect: ons schoolsysteem is volledig voor dat doel ingericht. Eén van de eerste hokjes waar je als mens in wordt ingedeeld is het hokje of je slim bent en een goede leerling of dat je niet zo slim bent en een slechte leerling. Het grootste deel van je jeugd is dat één van de belangrijkste meetlatten waar je als mens langs wordt gelegd. En als je eenmaal een baan gaat zoeken blijft die meetlat van het intellect je achtervolgen, want de financiële beloning voor arbeid is mede gebaseerd op de mate waarin het intellect ontwikkeld moet zijn en de mate waarin je voor het werk kennis hebt moeten vergaren. Een hele belangrijke filosoof, Descartes, zei in de 16e eeuw al ‘ik denk dus ik besta’. Zijn manier om naar de waarheid te zoeken was de methodische twijfel: door systematisch aan alles te twijfelen. Ook de wetenschap is een ‘tak van sport’ waarin alleen datgene erkent wordt wat door het denken verklaard, onderscheiden en geanalyseerd kan worden: ‘meten is weten’.

Door de nadruk in onze samenleving op (de ontwikkeling van) het intellect en doordat waarheidsbevinding en denken zo aan elkaar gekoppeld zijn geraakt, weten de meeste mensen niet beter dan dat het denken hét instrument is dat ons tot de waarheid kan leiden en dat dat hét instrument is waarmee we onszelf uit de problemen kunnen halen, of waarmee wij problemen kunnen voorkomen.

Vandaar ook dat de meeste mensen zodra ze tegen een probleem aanlopen in het leven hun denken overuren laten draaien om de oplossing te bedenken. En dat mensen als ze iets met hun denken niet kunnen bevatten of waar de wetenschap geen antwoord op kan vinden als ‘onwaar’ of ‘onzin’ afdoen.

Wat mensen zich niet realiseren, is dat ons intellect beperkt is.

Het deel van ons denken dat wij het intellect noemen, is niet anders dan een machientje, een soort computer die patronen zoekt en maakt en die berekeningen kan maken. Het is een machientje dat tot kennis komt, door ‘dit’ van ‘dat’ te onderscheiden en het hakt de werkelijkheid als het ware in stukjes. Iets is ‘dit’ en dus niet ‘dat’. Iets is donker óf licht, warm óf koud, aardig óf stom, goed óf fout. Dit wordt dualiteit genoemd. Op deze manier kan de werkelijkheid geanalyseerd en gecategoriseerd worden en voor ons begrijpelijk worden gemaakt. Maar bij het reduceren van data tot hapklare brokjes vinden vervormingen en weglatingen plaats. Zo is voor het denken 2 + 2 altijd 4, maar van realistisch standpunt is dat niet altijd zo. Twee koeien en twee microben zijn niet echt met elkaar te vergelijken. Als je een veld met 4 koeien neemt en je vraagt hoeveel dieren er in het veld staan, dan zeg je waarschijnlijk 4. Maar in realiteit zijn het er veel meer: er zijn ook mieren, wormen, torren, microben, bacteriën etc. Maar deze laat het denken weg omdat het met zoveel niet te ‘grijpen’ data niet kan rekenen.

Via het intellect kun je het leven nooit volledig begrijpen omdat alle onlogischheid buiten beschouwing wordt gelaten! De mens en de natuur zijn niet logisch: het enige dat logisch is is het intellect!

De werkelijkheid is veel breder en rijker, dan wij met ons denken kunnen bevatten. De werkelijkheid sluit alles in: iets kan goed én slecht zijn, lelijk én mooi, koud én warm. Maar ons denken kan hier niks mee, want met iets dat ‘dit’ én ‘dat’ is kan het niet rekenen.

Ons denken is een prima instrument om praktische, logische problemen mee op te lossen zoals via welke route kom in het snelst in Amsterdam  of waar ik het goedkoopst boodschappen kan doen als ik deze twee reclamefolders met elkaar vergelijk.

Maar pas je datzelfde logisch denken toe op emotionele kwesties, menselijk gedrag en de natuur, dan sla je al heel snel de plank mis want emoties, mensen, het leven en de natuur zijn niet logisch. Het enige logische is het denken! Je hoeft alleen maar te kijken hoe vaak de weerman er naast zit ondanks zijn zeer geavanceerde modellen die precies het verloop van het weer kunnen berekenen en waarin statistieken ook mee zijn genomen. Dan ineens blijkt de wind zomaar van richting veranderd te zijn…..

Ook is het zo dat je denken alleen maar kan rekenen met de data die het heeft, die het ooit via ervaring en het opdoen van kennis tot zich heeft genomen. Kennis verzameld door de zintuigen, opgeslagen als herinneringen en doorberekend en verwerkt door het intellect, kan nooit omvangrijk genoeg zijn om de werkelijkheid te bevatten. Jouw kennis en je ervaringen zijn per definitie beperkt. Want hoeveel informatie je ook vergaard in één gebied, je zal altijd onwetend blijven op andere gebieden waar je je aandacht niet op richt of waar je nooit aan blootgesteld bent geweest. Alleen als je alle levens van alle mensen geleefd zou hebben en alle kennis die er in de wereld beschikbaar is zou bezitten, zou je misschien in staat zijn een redelijke adequate berekening te maken. Maar omdat dat nooit zal gebeuren zullen je berekeningen en verklaringen altijd mank gaan omdat je informatie mist. Een voorbeeld: Stel jij woont in een wereld waar iedereen goed is en je hebt alleen maar positieve ervaringen met en je hebt ook nog nooit een boek gelezen of een film gezien waarin mensen ook slecht in kunnen zijn. Je bent bakker en ineens is er een brood uit jouw winkel verdwenen. Jij zal dan de situatie verklaren vanuit jouw ervaringen en kennis. Je zal denken dat het brood is kwijtgeraakt of dat het door een groep muizen is opgegeten, of dat iemand het brood heeft meegenomen toen de jij op het toilet zat, maar dat die persoon straks nog terug zal komen om te betalen. De mogelijkheid dat iemand het brood gestolen kan hebben komt niet in je op omdat die mogelijkheid niet in je ervaring en kennis zit en dus niet behoort tot data waarmee gerekend kan worden.

Met ons denken kunnen we de werkelijkheid voor ons zelf overzichtelijk en begrijpelijk maken, maar met ons denken kunnen we geen waarlijk contact maken met de werkelijkheid. Je kunt een driedimensionale wereld niet met een tweedimensionaal denken bevatten!

Met het denken de werkelijkheid willen bevatten is als de essentie van een bloem willen leren kennen door haar te analyseren door de blaadjes eruit te trekken. Je weet dan misschien hoe een bloem eruit ziet en hoeveel blaadjes eraan hebben gezeten, maar de essentie van de bloem is in de analyse verloren gegaan.

De werkelijkheid is per definitie veel breder en rijker dan je denken kan bevatten. Het enige dat de werkelijkheid in zijn volledige volheid kan bevatten is bewustzijn. Bewustzijn is waarnemen zonder oordeel. Bewustzijn sluit niks uit (zoals het denken wel doet), maar sluit alles in. In bewustzijn kan iets én goed én slecht zijn, kan iets mooi én lelijk zijn.

De uiteindelijke werkelijkheid van de fysieke wereld zal nooit ontdekt kunnen worden door het intellect van de mens. Het intellect kan geen contact maken met de realiteit: alleen de fabricaten van het eigen denken zijn door het intellect te onderzoeken. Zo wordt de eigen fantasie onderzocht, gemeten en geweten en – uiteraard- wordt bevestiging gevonden. `Dit (mijn gekte) is waar…` De realiteit kan alleen ervaren worden in het ´hier en nu´. Zo een directe objectieve bewuste ervaring kan alleen opgedaan worden door een enkele totale waarneming waarbij alle zintuigen betrokken zijn. Zo een ´duik in de oceaan van de totale ervaring`  is iets totaal anders dan de werking van het intellect. Zulk ervaren is voor het intellect niet mogelijk.

Het denken kan de wereld niet zien zoals ze is omdat het denken geen contact kan maken met de werkelijkheid zelf. Het denken is voor zijn informatievoorziening volledig afhankelijk van wat de zintuigen aan input geven. Wij krijgen per seconde 11,2 miljoen bits informatie op ons af om te verwerken. Zo’n 60 bits verwerken wij bewust en de rest van de bits wordt dus onbewust verwerkt. Een verschil van een factor 200.000! Er wordt gezegd dat wij van de ontelbaar veel prikkels die wij op ons af krijgen per seconde er maar 7 (plus minus 2) bewust kunnen waarnemen: de rest wordt weggefilterd, dus buitengesloten. Het zijn jouw hersenen die voor die filtering zorgen en bepalen welke informatie er wel en niet belangrijk is. De filters in jouw hersenen zijn gevormd door jouw ervaringen, jouw opvoeding en cultuur en die zijn voor iedereen anders. Vandaar ook dat iedereen de wereld anders waarneemt en andere informatie wegfiltert, dan wel bewust waarneemt. Omdat te ontdekken dat dat zo is hoef je alleen maar aan tien verschillende getuigen van een roofoverval te vragen wat er precies gebeurd is: je zal tien verschillende versies horen.

Kortom: om de werkelijkheid waarlijk te kennen moet je niet bij het denken zijn.  Het denken kan alleen een idee hebben over de werkelijkheid en verwart dat idee met de werkelijkheid zelf. Maar zoals de kaart  niet het gebied is zo is wat wij denken over de realiteit niet de realiteit zelf.

Overmatig denken maakt onrustig en ongelukkig want denken hakt de wereld telkens in tweeën en sluit dingen uit: dit wil ik wel en dit wil ik niet, dit vind ik leuk en dit vind ik niet leuk, dit is goed en dit is slecht, etc. Er wordt dus altijd iets genegeerd of buitengesloten en dat maakt ongelukkig omdat de heelheid verdwijnt. En door de manier waarop je hersenen de informatie filteren, zul je altijd datgene wat je denkt en voelt bevestigd zien in jouw ervaringen: informatie die daar niet bij past wordt gewoon weggefilterd of vervormd!! Onze hersenen zijn ‘meaning making machines’: ze geven betekenis aan en een verklaring over de werkelijkheid en onder die verklaringen en die betekenissen lijden wij omdat ze altijd incompleet zijn!

Met het denken vind je dus nooit de wijze antwoorden op je vragen, vind je niet de volledige waarheid, vind je geen geluk en geen heelheid. De enige manier om dat te doen is het ontwikkelen van bewustzijn. Leren waar te nemen zonder goed of af te keuren; überhaupt goed leren waarnemen!

Goed waarnemen kan alleen vanuit stilte. Daarom is meditatie en het ontwikkelen van bewustzijn zo belangrijk. Alleen door het ontwikkelen van bewustzijn kun je de fuiken van het denken omzeilen. Alleen in bewustzijn kun je de driedimensionale wereld driedimensioneel waarnemen en ervaren.

Gebruikte bronnen:

The power of the mind – Rolf Alexander

Het slimme onderbewuste – Ab Dijksterhuis