(Onderstaande tekst heb ik samengesteld en vrij geinterpreteerd uit één van de lezingenseries (zie onderaan de tekst) van godsdienstfilosoof Daniel van Egmond).

 

De  ontwikkeling van de mens kent twee duidelijk van elkaar te onderscheiden fasen, die weliswaar in elkaar overlopen maar beiden toch heel verschillend zijn.

De eerste fase omvat de ontwikkeling van de persoonlijkheid (d.w.z. van een geïncarneerd mens die met twee voeten stevig geworteld is op aarde). De tweede fase omvat de ontwikkeling van de ziel waardoor er een levende, actieve brug tussen Hemel en Aarde ontstaat die hemelse en aardse krachten kan ontvangen en in een getransformeerde vorm kan (door)geven.

De manieren waarop deze twee ontwikkelingsfasen zich uitdrukken verschillen fundamenteel  van elkaar, want wat we nodig hebben om tot een krachtige persoonlijkheid uit te kunnen groeien is van geheel andere aard dan wat we nodig hebben om een individuele Ziel te laten ontwikkelen. Daarom is het zo belangrijk om deze twee fasen zeer goed van elkaar te onderscheiden

De psychologie in de brede zin van het woord, houdt zich bezig met alles wat met de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de individuele psyche te maken heeft, zowel in bevorderende als in therapeutische zin. Daar waar ontwikkelingsstoornissen optreden op het niveau van de persoonlijkheid, waar bijvoorbeeld een grote mate van onevenwichtigheid ontstaat, daar is de psychotherapie het aangewezen instrument, in onze cultuur althans, om mensen te helpen uiteindelijk weer tot een evenwichtige persoonlijkheid uit te groeien. Maar de ontwikkeling van de ziel heeft niets met psychologie te maken, want dit proces vindt niet op het niveau van de psyche plaats. De Ziel behoort niet tot de psyche; hoogstens kunnen we zeggen dat de psyche tot de Ziel behoort, dat zij als het ware de ‘onderkant’ van de Ziel is.

Het domein van de Ziel wordt bestudeerd door de spiritualiteit in de ruimste zin van het woord: alles wat de groei van de Ziel bevordert, maar ook alle therapeutische aspecten die nodig zijn waar de groei van de ziel stagneert, behoort tot het domein van de spiritualiteit.

Wij leven nu in een tijd waarin dat onderscheid vaak vergeten wordt, waarin men meent dat de Ziel ook tot het domein van de psychologie behoort; waarin men meent dat psychologische technieken en therapieën ook geschikt zijn om de Ziel te doen groeien. Of andersom, en dat is net zo ten onrechte, meent men tegenwoordig vaak dat religieuze technieken en methoden geschikt zijn om psychologische problemen op te lossen. Hier worden twee duidelijk door elkaar te onderscheiden domeinen volledig door elkaar gehaald. Die twee domeinen zijn daarom verschillend omdat het individualiseren en het structureren van de persoonlijkheid een geheel ander proces is en tot een geheel ander domein van de werkelijkheid, nl. de psyche behoort, dan het individualiseren en het formeren van een Ziel.

Waaruit bestaat het onderscheid? Een persoonlijkheid kan alleen maar ontstaan dankzij toeeigening d.w.z.: we worden alleen maar een persoon indien we datgene wat we met onze zintuigen waarnemen, wat we voelen aan emoties, en wat we denken aan gedachten tot ons eigendom maken. We worden pas een persoon door ons dat allemaal toe te eigenen en overal ‘ik’ tegen te zeggen: “dit is van mij’, “dit ben ik’… dus door heel veel ‘goederen’ te verzamelen op mentaal niveau, op emotioneel niveau, op gevoelsniveau, op wilsniveau en op zintuigelijk niveau. Nogmaals, de persoonlijkheid ontstaat door toe-eigening, door ‘rijk’ te worden; alleen zo kan er een krachtige persoonlijkheid ontstaan. Een krachtige persoonlijkheid is iemand die geworteld is op aarde, die relatief autonoom de dingen om zich heen kan analyseren, die op grond van afweging en intellect, maar ook vanuit hart en gevoel tot keuzes kan komen. Wij zouden een autonome en krachtige persoonlijkheid kunnen karakteriseren als een ‘duikelaartje’, die wanneer zij of hij in een crisis terecht komt, weliswaar uit het lood geslagen kan worden maar uiteindelijk toch vanzelf weer vanuit haar/zijn middelpunt rechtop komt te staan.

Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen de ware en de valse persoonlijkheid. De valse persoonlijkheid is het masker dat we wensen te presenteren aan anderen, om iemand te zijn, om indruk te maken. Op een gegeven moment gaan we zelf ook in dat valse masker geloven. En dan leven we een onwaarachtig leven, een schijnleven, dat we op alle mogelijke manieren in stand moeten houden want anders worden we ontmaskerd. Een ware persoonlijkheid daarentegen is dat wat we werkelijk zijn, wat we werkelijk denken, werkelijk voelen, wat we doen als niemand kijkt. De ware persoonlijkheid komen we thuis tegen wanneer we in onze eigen ogen kijken en doen en laten wat we wensen, zonder te overwegen hoe we overkomen. Dat is een ware persoonlijkheid en die is vaak geheel anders dan het masker dat we naar buiten toe presenteren. Daarmee zeg ik niet dat we ons naar buiten toe niet anders mogen presenteren; zolang we maar beseffen dat we een spel spelen en ons op een manier presenteren die op dat moment nodig is, is er niets aan de hand. Maar op het moment dat we zelf gaan geloven dat we dit masker werkelijk zijn, dat we werkelijk zo geweldig en sterk zijn als we ons presenteren, dan gaan de dingen fout.

De ware persoonlijkheid is uiterst belangrijk, want zonder die persoonlijkheid kan de Ziel niet groeien. Daar waar we niet geleerd hebben ons wel te bevinden in ons lichaam, niet geleerd hebben om te gaan met alles wat ons lichaam aangaat, daar waar we niet geleerd hebben om te gaan en onszelf te vereenzelvigen met onze emoties, daar waar we niet geleerd hebben om te gaan en onszelf te vereenzelvigen met onze gedachten, daar waar we niet geleerd hebben om te gaan en onszelf te vereenzelvigen met onze wil – daar is een onvolkomen en uiterst wankele persoonlijkheid ontstaan die slechts enigszins geheeld kan worden door therapie. Daar leer ik dat ik mijn lichaam ben, dat ik mijn emoties ben, dat ik mijn gedachten ben, dat ik mijn wilsimpulsen ben. Daar leer ik mij hen toe te eigenen, mij mijn woede, mijn verdriet toe te eigenen, mee te gaan in mijn woede en mijn verdriet tot zij een geïntegreerd deel zijn geworden van wie ik ben, want alles wat op het niveau van de psyche gebeurt blijft bestaan, niets verdwijnt. 

Indien ik mij dit alles niet heb toegeëigend en in mijn psyche heb geïntegreerd, gaan deze dingen als externe factoren mijn leven (vaak onbewust) meer en meer bepalen en word ik daardoor meer en meer onvrij en beperkt in mijn leven. Psychotherapie kan mij leren alles wat ik heb meegemaakt een plaats te geven, mij dat toe te eigenen, het een deel te laten worden van mijn persoonlijkheidsstructuur; daarom is zij een uiterst belangrijke discipline. Het kan hier zowel om een formele als informele vorm van psychotherapie gaan. Psychotherapie is nodig voordat we een spirituele weg kunnen gaan, want alleen een gezonde persoonlijkheid kan een ‘vat’ vormen waardoor een gezonde Ziel kan ontstaan.

De persoonlijkheidsstructuur kan onder invloed van allerlei ontwikkelingsstoornissen, van een verkeerde opvoeding, van natuurrampen of doordat het kind in een oorlogssituatie opgroeide waardoor die persoonlijkheid zich niet meer harmonieus kon ontwikkelen, zwak zijn of allerlei vervormingen bezitten. Zo een persoonlijkheidsstructuur is niet een doem, iets waar wij ons bij neer hoeven leggen, maar is een structuur die kan worden omgebogen: er zijn talloze therapeutische scholen en stromingen die ons kunnen helpen om tot een harmonische persoon te worden.

Stel dat de persoonlijkheid sterk, krachtig en in evenwicht is en haar plek op aarde gevonden heeft, maar zich er niet bewust van is dat er nog een ander niveau van bestaan is dat te maken heeft met de Ziel. Stel dat deze persoonlijkheid maar door blijft gaan met zich van alles toe te eigenen aan gedachten, gevoelens, wilsimpulsen, materiële dingen etc, waarbij zij steeds rijker en rijker wordt en tegelijkertijd steeds leger en leger van binnen want haar innerlijk vraagt om iets heel anders. Dan gaat er iets mis, want nu begint de persoonlijkheid die op zichzelf stabiel en in harmonie zou moeten zijn, scheef te groeien. Zij gaat maar door met ontwikkelen terwijl dat allang niet meer aan de orde is en zo ontstaat er een uiterst sterk en egocentrisch ‘ik’ dat de hele wereld wil gaan beheersen. Hier is het ‘psychologisch moment’  te ver doorgeschoten. En dat is precies wat de religieuze tradities ons vertellen: “Hou op met toe-eigenen”, “hou eens op met te mensen dat jij de bron bent van je gedachten en je gevoelens en je wilsimpulsen’, ‘hou er eens mee op te denken dat dat lijf van jou is en dat je er maar alles mee kunt doen wat je wilt’,”Kom eens tot de ontdekking dat er helemaal niets van jou is’,”Kom eens tot de ontdekking dat jij niet het middelpunt bent’. En dan komt de fase van spiritualiteit.

Dan krijgen we dingen te horen die precies het tegenovergestelde vertellen als hetgeen de psychologie ons leert, nl, je bent niet je lichaam, je bent niet je emoties, je bent niet je gedachten, je bent niet je wilsimpulsenEn dat klopt op het niveau waar we nu over spreken, het niveau van de spiritualiteit, op het niveau van de Ziel. Want de Ziel kan alleen maar groeien wanneer de persoonlijkheid transparant gaat worden, uit het middelpunt van de leefwereld weggaat, leert los te laten en leert als structuur te gaan functioneren voor de Ziel.

Een persoonlijkheid is iets wat min of meer vanzelf ontstaat, maar wanneer de persoonlijkheid min of meer voltooid is, kan niet vanzelf een Ziel ontstaan. Dat kan alleen gebeuren wanneer de persoonlijkheid zich bewust overgeeft aan het goddelijke, zich bewust in dienst stelt van het grote werk, bewust wil gaan dienen en het Heilige lief wil hebben en de naaste als zichzelf. Dit is een bewuste doelgerichte activiteit, die niet uit zichzelf ontstaat.

Wat je vaak vóór deze fase ziet is dat mensen door blijven gaan met persoonlijkheidsontwikkeling als ze het punt hebben bereikt dat ze een sterke persoonlijkheid hebben. Het is onjuist te menen dat er een ideale persoonlijkheidsstructuur moet ontstaan en toch zie je in sommige stromingen de neiging om daarnaar te streven.

Men streeft dan naar een steeds mooiere, esthetischer en harmonieuzere persoonlijkheid, maar de vraag is of men daarmee niet het ware doel voorbij schiet want wanneer we een duikelaartje zijn en we deze innerlijke rust hebben verworven, indien we op de aarde durven te rusten, dan durven wij ons ook over te geven aan de Heilige en dan vindt er een fundamentele verandering plaats en beginnen de eerste sporen van de Ziel zichtbaar te worden.

De tweede fase van de ontwikkeling van de Ziel is veel lastiger te beschrijven dan de eerste fase van het ontstaan van de persoonlijkheid. Wat gebeurd er in deze fase? Wat moet je leren? Als je wilt dat de ziel in je geboren wordt moet je leren Ruimte te zijn. Ruimte-zijn wil zeggen dat je moet leren om je niet langer automatisch alles toe te eigenen wat binnen jouw ervaring verschijnt. Toe-eigenen behoort bij de sfeer van de psychologie, bij de sfeer van de persoonlijkheid. De ziel kan niet groeien wanneer er toe-eigening plaatsvindt!

Dus de eerste belangrijke fase in deze fase – en die is moeilijk genoeg – bestaat uit het leren Ruimte te zijn, om alles wat er gebeurt, alles wat tot je komt aan zintuigelijke ervaringen, aan ervaringen van andere mensen, aan ervaringen zoals gedachten, gevoelens, maar ook als visioenen of hele diepe mystieke ervaringen, lost te laten en je te verzetten tegen de natuurlijke neiging van de persoonlijkheid hen toe te eigenen.

We bevinden ons hier dus op een omslagpunt: er is hier een ‘duikelaartje’ met een onvolmaakte persoonlijkheidsstructuur en dat ‘duikelaartje’ weet dat het haar/zijn taak als mens is om transparanter voor de Ziel te worden. Niet mijn ziel of ‘ik’ moet groeien, wat dat is nu precies het probleem waar alles om draait. Hier gaat het er juist om dat we alle ‘mijn’, alle ‘eigendom’, alle toe-eigening loslaten en iets volkomen anders dan onszelf in ons laten groeien. Dit is een groot probleem, want op het rationele niveau is het ‘ik’ zeer sterk geworden dankzij het voortdurende proces van toe-eigening. Zo is het ‘ik’ gegroeid en zo moest hij/zij ook groeien. Dat zit zo in zijn natuur en nu moet hij/zij plotseling ophouden met deze voortdurende toe-eigening. Dat lukt natuurlijk niet. En dat is een heel wezenlijk probleem want op het moment dat we ons met meditatie bezig gaan houden en we bijvoorbeeld een prachtig visioen ontvangen, zullen we vanzelfsprekend de neiging hebben ons dat visioen toe te eigenen. Dan gaan we denken dat we al aardig wat vorderingen maken, terwijl onze persoonlijkheid ondertussen almaar sterker en sterker wordt, want die gaat zich zielekwaliteiten toe-eigenen. De kunst is dus om je niks toe te eigenen, zelfs niet als je voelt dat het goddelijke je roept om je met Haar/Hem te verenigen en je mag identificeren, moet je dat niet doen! Want het is de persoonlijkheid die dat doet en het toe-eigenen van religieuze ervaringen betekent onherroepelijk beschadigingen, ernstige beschadiging van de persoonlijkheidsstructuur. Het betekent dat er dan allerlei therapieën nodig zijn om die beschadiging weer ongedaan te maken.

Maar vanaf het moment dat we aan zijn beland bij de spirituele fase gaat het erom dat we gaan loslaten van alles wat we onszelf hebben toegeëigend. Dit wordt de zuivering van de persoonlijkheid genoemd. Je kan alleen maar deze tweede fase ingaan, je kunt pas de geboorte van Christus in jezelf toelaten, wanneer je geleerd hebt Ruimte te zijn. Vanaf dat moment moeten we elke dag opnieuw, elke minuut opnieuw, proberen zodanig aanwezig te zijn, zodanig aandachtig te zijn, dat we alles wat er aan ervaring tot ons komt kunnen toelaten zonder dat we het ons toe-eigenen. Vanaf dat moment moeten we leren om ons elk moment af te vragen ‘wat zou Jezus in deze situatie hebben gedaan?” (Of als je een andere religie aanhangt, kun je Jezus vervangen door bijvoorbeeld Boeddha, Mozes, Mohammed)  Dit is de enige manier waarop ons ‘ik’ gedecentraliseerd kan worden en niet langer het middelpunt van ons bewustzijn is.

Op het rationele niveau is ons ‘ik’ echter altijd volledig middelpunt van ons bewustzijn en nu wordt er tegen dat ‘ik’ gezegd dat zij/hij moet decentraliseren en vanuit dat middelpunt weg moet gaan, dat niet zij/hij maar de Ziel in het mystieke hart moet gaan wonen. Dan gaat het ‘ik’ allerlei technieken verzinnen om uit dat middelpunt te komen, maar dat is vrij lastig. Want door het toepassen van technieken wordt dit ‘ik’ alleen maar sterker. En toch moet deze ‘ik’ met meditatie en gebedspraktijken beginnen. Dit is een zeer ingewikkelde paradox waarin het ‘ik’ dan in terecht komt: vanuit mijn eigen ‘activiteit’ moet ik leren mijzelf over te geven aan het goddelijke. Dit keerpunt is één van de belangrijkste fases op de Weg waar, vanuit het psychologische niveau, de sprong gemaakt wordt naar het zieleniveau.

Ons hele leven, tot de dood erop volgt, blijven we worstelen tegen onze neiging om ons alles toe te eigenen. Want onze mooie en sterke persoonlijkheid bestaat en leeft nu eenmaal bij de gratie van deze tendens. Daarom moeten we telkens weer bewust zeggen ‘Niet mijn wil, maar Uw Wil geschiedde”. Elke dag, bij elke ademtocht moeten we dat opnieuw zeggen, want dat zal nooit automatisch gaan. Ruimte zijn en je niks toe-eigenen is een verhaal van vallen en opstaan. Het betekent dat je niet alleen tijdens meditatie leert om steeds minder al die gedachten, gevoelens etc je toe te eigenen, maar dat je dat ook gaat proberen tijdens je gewone dagelijkse leven. En wat gebeurt er als we ruimte zijn? Dan begint alles wat tot nu toe onder de grens van je bewustzijn verscholen bleef, dus alle onbewuste tendensen, kwetsuren etc tot je bewustzijn door te dringen. We zullen tot de ontdekking komen dat allerlei onbewuste inhouden, allerlei herinneringen aan mooie maar ook aan vervelende dingen in ons leven, waarvan we dachten dat die allang voorbij waren, zoals oude pijn en oud verdriet toch weer bovenkomen en dat oude problemen hun kop opsteken terwijl je dacht dat je dank zij alle therapieën er allang vanaf was! De kans is groot dat je dan weer naar je vroegere therapeut teruggaat of een andere psychotherapeutische weg zoekt, maar dat is nu juist niet de bedoeling!! Als onze Ruimte groter en groter wordt kan alles wat aan het licht moet komen daar binnen aan het licht komen. Alles mag zich nu tonen zonder dat wij ons ermee verbinden, zonder dat wij het ons nog toe-eigenen. Je moet alles wat in de Ruimte verschijnt leren te brengen naar het mystieke hart en in het licht van het goddelijke houden, letterlijk te offeren op de altaar van je hart, zodat het licht van het goddelijke alles wat nog niet harmonieus is en dat wij onszelf niet langer toe-eigenen kan omvormen.  

Dit betekent dat wij in dit stadium van onze weg, die nu de spirituele fase is ingegaan, niet langer gebruik kunnen en mogen maken van psychotherapeutische technieken. We moeten nu het Goddelijke het werk van de therapeut laten doen, in vol vertrouwen. Als we ons de kwetsuren weer toe gaan eigenen, want dat hebben we vroeger ook gedaan en toen moesten we de therapeutische fase doen, dan ben je met een regressieve weg bezig, in plaats van dat je meer en meer Ruimte aan het worden bent. Maar dat kan alleen maar als ik een ‘duikelaartje’ ben, dat kan alleen maar als ik vol vertrouwen mijzelf in gebed en meditatie durf over te geven aan het goddelijke en aan wat zich binnen mijn levende ervaring toont; eerder kan deze fase niet beginnen. Het is daarom uiterst belangrijk om een helder onderscheidingsvermogen te ontwikkelen, om te zien wat er gebeurt, dan wel iemand te vinden die je helpt om dit onderscheid helder te maken. .

Sommige mensen denken dat we onze persoonlijkheidsstructuur moeten vernietigen, omdat dat de enige manier is waarop we van onze neiging tot toe-eigening kunnen worden bevrijd en we dan tenminste helemaal ontvankelijk zijn geworden voor het goddelijke. Er bestaan inderdaad systemen waarmee we zoiets kunnen bereiken, bijvoorbeeld via sterke ascese of anderszins en soms via drugs. Alleen lossen al onze individuele structuren zich op in de oerbron en kan er geen unieke, individuele ziel door ons heen werken wat juist onze opdracht is. Dit is een regressieve weg in plaats van een authentieke weg die ons helpt om een brug te zijn tussen hemel en aarde.

Het is uiterst belangrijk om een krachtige persoonlijkheid te zijn. Het kan dus niet de bedoeling zijn dat we onszelf van onze persoonlijkheid bevrijden, integendeel! . Onze persoonlijkheid is een geschenk. Er is ten minste éénentwintig jaar, zo niet langer, aan gewerkt en zij is dus een kostbaar bezit. Het lichaam en de persoonlijkheid vormen tenslotte één geheel dat een Tempel kan zijn waarin de Heilige Geest kan wonen. Daarom is elke afwijzing van het persoonlijke, elke afwijzing van het lichamelijke anti-spiritueel.

Het is onze ware taak dat we onze persoonlijkheid nu zo transparant mogelijk te maken voor de Ziel en het Goddelijke.

 

 

Vrij samengesteld en geïnterpreteerd uit de reader “De weg van de Christelijke Mysteriën” van Daniel van Egmond (uitgave van Stichting Arcana)